Mannelijke zzp'ers rekenen gemiddeld 13 procent meer per uur dan vrouwelijke zzp'ers met dezelfde opleiding en ervaring. Dat staat in het jaarlijkse onderzoek van zakenbank Knab, dat voor het derde jaar op rij liep onder ruim 20.000 Nederlandse zelfstandigen. Bij sommige beroepen loopt het verschil op tot dertig euro per uur, een bedrag dat na een jaar werken al snel duizenden euro's scheelt.
Wat het onderzoek precies laat zien
Knab vroeg de zzp'ers naar hun uurtarief, hun winst en hun verwachtingen voor het komende jaar. De steekproef is volgens de bank een representatieve afspiegeling van de Nederlandse zzp-populatie, gebaseerd op cijfers van het CBS. Onder zelfstandigen met een hbo- of wo-diploma vragen mannen gemiddeld 13 procent meer dan vrouwen met een vergelijkbaar profiel qua opleiding en ervaring.
Het gemiddelde uurtarief van alle Nederlandse zzp'ers samen komt dit jaar uit op 83 euro, tegen 81 euro vorig jaar. De gemiddelde winst steeg naar 61.570 euro, twee procent hoger dan in 2025. Ruim de helft van de zelfstandigen, 57 procent, verhoogde het uurtarief het afgelopen jaar, met gemiddeld 9 procent. Toch blijft het verschil tussen mannen en vrouwen hardnekkig, ook wanneer je corrigeert voor opleidingsniveau en werkervaring.
Bij accountants is het gat het grootst
Bij accountants valt het verschil het meest op. Ervaren zzp-accountants, met minstens drie jaar ervaring als zelfstandige, rekenen gemiddeld 115 euro per uur. Splits je dat uit naar geslacht, dan komen mannen op 121 euro per uur en vrouwen op 91 euro. Dat is een verschil van 30 euro per uur, oftewel ruim 33 procent bovenop het tarief van vrouwelijke collega's met hetzelfde vak.
Bij docenten is het verschil kleiner, maar nog altijd aanwezig: mannelijke zzp-docenten vragen gemiddeld 70 euro per uur, vrouwelijke docenten 61 euro. Accountant.nl meldt dat Knab het verschil deels toeschrijft aan beroepskeuze en specialisatie, maar ook aan verschillen in onderhandelingsvaardigheden tussen mannen en vrouwen.
Ligt het aan de keuzes of aan het onderhandelen
Knab is voorzichtig met de conclusie dat het hier puur om ongelijke beloning voor hetzelfde werk gaat. Mannen en vrouwen binnen dezelfde beroepsgroep verschillen ook in specialisatie, opdrachtgevers en het soort klussen dat ze aannemen. Een zzp-accountant die vooral grote mkb-klanten bedient, vraagt nu eenmaal een ander tarief dan iemand die zich richt op eenmanszaken en startende zzp'ers.
Toch wijzen meerdere onderzoeken al jaren dezelfde kant op: vrouwen noemen bij een eerste kennismakingsgesprek vaker een lager startbedrag en verhogen hun tarief daarna minder snel dan mannen. Wie moeite heeft met onderhandelen, betaalt dat verschil structureel uit eigen zak, jaar na jaar, en haalt het nooit meer helemaal in. Onze tips voor salarisonderhandelingen gelden voor zzp'ers net zo goed als voor werknemers: bereid een cijfermatige onderbouwing voor en noem zelf nooit als eerste een te laag bedrag.
Waarom dit gat nu extra hard aankomt
Het verschil in uurtarief komt op een moment dat zzp'ers sowieso al minder overhouden aan hun onderneming. De zelfstandigenaftrek daalt stap voor stap verder, van ruim 6.300 euro in 2022 naar nog maar 1.200 euro dit jaar, met een verdere daling naar 900 euro in 2027 al aangekondigd. Wie als vrouw structureel 13 procent minder factureert, voelt die daling dus harder dan een man in hetzelfde beroep met evenveel gewerkte uren.
Daar komt bij dat het wettelijke minimumtarief van 38 euro alleen een ondergrens is, geen richtlijn voor een eerlijk tarief. Voor de meeste hbo- en wo-opgeleide zelfstandigen ligt het gemiddelde tarief ver boven dat minimum, dus daar biedt de wet geen enkele bescherming tegen het verschil dat Knab nu meet. Het gat werkt bovendien door in de oudedagsvoorziening: wie jaar na jaar minder factureert, legt ook minder opzij voor pensioen, want zzp'ers bouwen dat volledig zelf op, zonder werkgever die meebetaalt.
Ondertussen groeit ook de onzekerheid over regelgeving. Meer dan de helft van de zzp'ers maakt zich inmiddels zorgen over de gevolgen van de Wet DBA en de mogelijke Wet VBAR, tegen ruim een kwart een jaar eerder. Wie toch al minder verdient dan een vakgenoot, heeft minder buffer om die onzekerheid op te vangen.
Zo bepaal je een tarief dat bij je werk past
Twijfel je of je onder je marktwaarde werkt, begin dan niet bij wat concurrenten vragen, maar bij wat je uur daadwerkelijk kost. Tel je vaste lasten, verzekeringen, pensioenopbouw en niet-declarabele uren (acquisitie, administratie, scholing) bij elkaar op en deel dat door het aantal uren dat je echt factureert aan klanten. Vergelijk die uitkomst met het gemiddelde uit het Knab-uurtarievenboekje voor jouw beroep, niet alleen met wat andere zelfstandigen om je heen toevallig vragen.
Bespreek je tarief bovendien niet alleen bij een nieuwe klant, maar ook jaarlijks met bestaande opdrachtgevers. 57 procent van de zzp'ers deed dat afgelopen jaar al, met een gemiddelde verhoging van 9 procent. Wie dat nalaat, loopt niet alleen de inflatie mis, maar ook de kans om het gat met beter betaalde vakgenoten daadwerkelijk te dichten voordat het zich jaar op jaar opstapelt.