Ondernemen & Financieel

Zzp'ers krijgen een wettelijk minimumtarief van 38 euro

· 4 min leestijd

Jarenlang hing er een dreigende wet boven de markt van zelfstandigen: de Wet VBAR, die schijnzelfstandigheid moest aanpakken maar in de praktijk vooral voor paniek zorgde bij opdrachtgevers. Die wet is grotendeels van tafel. Ervoor in de plaats komt een Zelfstandigenwet, en daarin staat een detail dat elke zzp'er raakt: een wettelijk minimumtarief van 38 euro per uur, dat per 1 januari 2026 moet ingaan.

Op papier klinkt dat als goed nieuws. Maar de manier waarop het kabinet dit regelt, roept bij veel zelfstandigen meer vragen op dan het beantwoordt.

Waarom de Wet VBAR alsnog werd geschrapt

De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties moest helderheid geven over de vraag wanneer iemand écht zelfstandig werkt en wanneer er eigenlijk sprake is van een verkapt dienstverband. Opdrachtgevers zagen er vooral een risico in: bij twijfel konden zij achteraf loonheffing en boetes krijgen. Veel bedrijven stopten daarom preventief met het inhuren van zzp'ers, ook als er niets mis was met die samenwerking.

Het kabinet trok de wet daarom grotendeels terug en werkt nu aan een nieuw voorstel, de Zelfstandigenwet. Die moet minder gericht zijn op handhaving vooraf en meer op heldere ondergrenzen. Het minimumtarief is daar het eerste tastbare resultaat van.

Zo werkt het nieuwe minimumtarief van 38 euro

Het voorstel is simpel geformuleerd: opdrachtgevers mogen een zelfstandige niet meer inhuren voor minder dan 38 euro per uur. Onder die grens geldt straks het wettelijk vermoeden dat er sprake is van een arbeidsrelatie, met alle gevolgen voor loonheffing en sociale premies. Voor opdrachtgevers is dat een harde streep in het zand, voor zzp'ers een bodem waar ze zich op kunnen beroepen tijdens tariefonderhandelingen.

Het bedrag zelf komt niet uit de lucht vallen. Het is gebaseerd op wat je minimaal nodig hebt om, uitgaande van declarabele uren, een inkomen op te bouwen dat vergelijkbaar is met het wettelijk minimumloon plus een marge voor verzekeringen, pensioen en niet-declarabele tijd. Kort gezegd: het is een ondergrens, geen streefbedrag.

Belangrijk om te weten: het minimumtarief geldt straks per opdracht, niet per jaar. Werk je incidenteel voor een lager tarief aan een kort klusje voor een goede klant, dan telt dat op zichzelf niet als bewijs van een dienstverband, mits de opdracht duidelijk is afgebakend. Waar de wet vooral op stuurt, zijn structurele opdrachten onder de grens, want juist daar ontstaat het beeld van een verkapte werknemer die toevallig factureert in plaats van salaris ontvangt.

De meeste zzp'ers verdienen al meer, maar de onzekerheid groeit

Voor de meeste lezers van dit artikel verandert er in de praktijk weinig aan de portemonnee. Uit onderzoek van Knab onder ruim 20.000 zelfstandigen blijkt dat het gemiddelde zzp-uurtarief in 2026 is gestegen naar 83 euro, tegen 81 euro een jaar eerder. De gemiddelde winst kwam uit op 61.570 euro, twee procent hoger dan in 2025. Het minimumtarief van 38 euro ligt daar ruim onder.

Toch stijgt tegelijkertijd de onrust. Van de ondervraagde zelfstandigen maakt 52 procent zich zorgen over regelgeving zoals de Wet DBA en de opvolger daarvan, tegenover 29 procent een jaar eerder. Die onzekerheid gaat niet zozeer over het tarief zelf, maar over de vraag hoe streng de Belastingdienst straks handhaaft en welke administratie je moet bijhouden om aan te tonen dat je écht zelfstandig werkt.

Wat de dalende zelfstandigenaftrek erbij doet

De timing is voor veel zzp'ers ongelukkig. Terwijl de Zelfstandigenwet nog vorm krijgt, daalt de zelfstandigenaftrek in 2026 opnieuw fors, naar 1.200 euro. Dat is een derde van wat je in 2025 nog mocht aftrekken. Voor een zelfstandige die op het randje van het nieuwe minimumtarief werkt, telt elke fiscale verandering extra zwaar mee, want er is simpelweg minder buffer om tegenvallers op te vangen.

Wie zijn financiën op orde wil houden, doet er goed aan om nu al te kijken naar de fiscale kant van het ondernemerschap, bijvoorbeeld hoeveel spaargeld je in 2026 belastingvrij mag opbouwen als buffer voor magere maanden. Een lager tarief van de zelfstandigenaftrek betekent immers dat je netto minder overhoudt van hetzelfde brutobedrag.

Zo bereid je je nu al voor op de Zelfstandigenwet

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer, dus de exacte invulling kan nog wijzigen. Toch is het slim om er nu al rekening mee te houden. Reken uit wat jouw eigen kostprijs per uur is: verzekeringen, pensioenopbouw, niet-declarabele uren en bedrijfskosten meegerekend. Ligt jouw tarief daar structureel onder, dan is dit het moment om dat bij te stellen, niet pas wanneer de wet ingaat.

Houd daarnaast je contracten en opdrachtomschrijvingen op orde. De Belastingdienst kijkt bij twijfel over schijnzelfstandigheid niet alleen naar het tarief, maar ook naar hoe zelfstandig je feitelijk werkt: bepaal je zelf je werktijden, gebruik je eigen materialen, werk je voor meerdere opdrachtgevers. Een actueel overzicht van alle wetswijzigingen voor ondernemers in 2026 vind je bij de Kamer van Koophandel. Wie dat dossier op orde heeft, staat er sterker voor, met of zonder minimumtarief.

Uiteindelijk is 38 euro per uur geen bedrag om als zzp'er naar te streven, het is de bodem waarboven de wet je serieus neemt als ondernemer. De echte vraag blijft dezelfde als altijd: reken je wat je waard bent, of laat je je meeslepen door een opdrachtgever die toevallig net onder de nieuwe grens blijft zitten.

S
Geschreven door Sander Kuijt Financieel redacteur

Sander werkte tien jaar bij een grote Nederlandse bank voordat hij besefte dat hij liever mensen hélpt met hun geldzaken dan producten verkoopt. Hij nam ontslag, begon met schrijven over persoonlijke financiën en ontdekte dat hij een talent heeft om complexe financiële concepten uit te leggen alsof het een verhaal aan de keukentafel is. Zijn achtergrond in de bankwereld geeft hem een uniek perspectief op wat banken je niet vertellen. Hij is een groot voorstander van financiële onafhankelijkheid en heeft zelf op zijn veertigste zijn hypotheek afbetaald. Zijn motto: je hoeft geen expert te zijn om slim met geld om te gaan.