De meeste mensen wachten het hele jaar op dat ene plezierige bedrag dat in mei of juni verschijnt: het vakantiegeld. Doorgaans zo'n 8 procent van je jaarsalaris, in één keer op de rekening. En wat doet de gemiddelde Nederlander ermee? Dat bedrag verdwijnt op de spaarrekening, onder het mom van "dan staat het er toch maar".
Maar er is iets opvallends aan de hand. Slechts 5 procent van de Nederlanders belegt zijn vakantiegeld. Terwijl vier op de vijf mensen in ons land sowieso al niet belegt, blijft het bij een extra jaarlijkse geldinjectie ook gewoon bij de bekende optie: sparen.
Toch is die keuze minder neutraal dan ze lijkt.
Waarom sparen niet zo veilig is als je denkt
De spaarrekening voelt veilig omdat het saldo nooit daalt. Maar veiligheid is relatief. Als jouw spaargeld 1,8 procent rente oplevert en de inflatie op 3 procent staat, verlies je elk jaar koopkracht - ook al ziet je saldo er stabiel uit. In de afgelopen twee jaar is dit voor miljoenen Nederlanders precies wat er gebeurde: meer op de rekening, maar minder te besteden.
De gemiddelde spaarrente in Nederland ligt nu rond de 2 procent. Beter dan in 2021, maar nog altijd onvoldoende om inflatie bij te houden. Wie zijn vakantiegeld op een gewone spaarrekening laat staan, haalt er minder rendement uit dan mogelijk is.
Wil je toch het maximale uit sparen halen? Buitenlandse banken bieden momenteel aanzienlijk hogere rentes dan hun Nederlandse concurrenten - dat is al een eerste stap.
Vier op de vijf Nederlanders belegt niet, en dat heeft één grote oorzaak
Uit onderzoek van ING onder ruim duizend Nederlanders (maart 2026) blijkt dat vier op de vijf mensen niet belegt. De helft van hen heeft ook geen plannen om daarmee ooit te beginnen. Opvallender is de reden: 52 procent van de niet-beleggers beschouwt beleggen als een vorm van gokken.
Dat beeld klopt niet. Bij gokken verlies je statistisch gezien altijd geld op de lange termijn. Bij breed gespreide beleggingen in een wereldindex geldt het tegenovergestelde: historisch levert de beurs over een periode van tien jaar of langer vrijwel altijd positief rendement op. Gemiddeld zo'n 7 tot 8 procent per jaar, voor kosten.
Twee op de vijf mensen zeggen bovendien te weinig kennis te hebben om te beginnen. Dat is begrijpelijk - maar inmiddels ook goed oplosbaar.
Wat je met een paar honderd euro vakantiegeld kunt doen
Je hoeft geen vermogend persoon te zijn om te beleggen. Via de beleggingsrekening van je eigen bank of via brokers zoals DEGIRO kun je al starten met enkele tientallen euro's. Bij een ETF op een wereldindex - een beleggingsfonds dat de koersen van honderden bedrijven volgt - koop je in één aankoop een klein stukje van de wereldeconomie.
Concreet voorbeeld: stel je belegt eenmalig 500 euro vakantiegeld in een ETF op een wereldindex. Bij een gemiddeld jaarlijks rendement van 7 procent - het historisch gemiddelde van de brede aandelenmarkt - groeit dat bedrag na twintig jaar naar bijna 1.950 euro. Datzelfde bedrag op een spaarrekening van 2 procent levert na twintig jaar zo'n 740 euro op.
Het verschil: ruim 1.200 euro op één investering van 500 euro.
Het risico van niets doen
Financieel experts hameren al jaren op dezelfde boodschap: niet beleggen is ook een keuze, en geen risicoloze. Je spaargeld verliest koopkracht door inflatie, je mist het effect van samengesteld rendement, en je pensioen is waarschijnlijk minder comfortabel dan je denkt.
Volgens Het Financieele Dagblad kan Nederland financieel vaardiger - en dat begint bij de bewuste keuze om niet alles op de spaarrekening te parkeren. Hoe eerder je begint, hoe meer tijd het kapitaal heeft om te groeien. Ook wie op zijn 45e pas start, heeft bij een horizon van tien jaar of meer nog ruimschoots de tijd om er iets mee te doen.
Dat je vakantiegeld in één keer beschikbaar is, maakt het een geschikt startpunt. Je hoeft niets in te leveren op je maandelijks budget.
Box 3 en de belasting: wat je moet weten
Een terechte vraag bij beleggen is: hoe zit het met de belasting? In Nederland valt je vermogen boven de heffingsvrije drempel onder box 3. Hoeveel spaargeld je belastingvrij mag aanhouden in 2026 lees je in ons eerder verschenen overzicht.
Er zijn plannen om box 3 te hervormen: de overheid wil op termijn gerealiseerde én ongerealiseerde winsten belasten. Dat klinkt strenger, maar verandert in de praktijk weinig voor kleine beleggers. Op een investering van een paar honderd euro per jaar betaal je een bescheiden belasting - en die winst is bij een goed gespreide ETF over meerdere jaren aanzienlijk groter dan wat de spaarrekening zou opleveren.
Zo zet je de eerste stap
Als je nog nooit hebt belegd, is dit het moment om te beginnen. Concreet:
- Kies een gespreid instrument. Een ETF op de MSCI World of FTSE All-World geeft je blootstelling aan duizenden bedrijven wereldwijd, zonder dat je zelf aandelen hoeft te selecteren.
- Begin klein. Leg een deel van je vakantiegeld in, niet alles tegelijk. Spreiding over de tijd verlaagt het risico van een slecht instapmoment.
- Vergeet de rest. Beleg het geld en kijk er jaren niet naar om. Langetermijnbeleggen vereist geduld, geen dagelijks monitoren.
- Zorg voor een buffer. Hou drie tot zes maanden aan uitgaven achter de hand op een spaarrekening voordat je begint met beleggen.
Wil je eerst uitzoeken of een deposito of een ETF beter bij jou past? Lees hier de vergelijking van depositorente versus wereld-ETF.
De 5 procent die het anders doet
Vier op de vijf Nederlanders parkeert zijn vakantiegeld dit jaar op de spaarrekening. Veel van hen gaan ervan uit dat dat de veilige keuze is. Maar wie twintig jaar lang elk jaar 500 euro spaart en nooit belegt, laat gemiddeld tienduizenden euro's aan gemist rendement liggen.
Het vakantiegeld is niet alleen prettig om nú iets mee te doen. Het is ook een jaarlijkse kans om je financiële positie structureel te verbeteren. Die kans pakken alleen de 5 procent die een stap verder denken dan de spaarrekening.