Sparen & Beleggen

Je spaargeld groeit, maar je koopkracht krimpt

· 5 min leestijd

Op 30 april liet de Europese Centrale Bank de depositorente op 2 procent staan. Geen verrassing voor de markten, maar wél een signaal waar spaarders aandacht aan moeten besteden. Want terwijl de ECB afwacht, trekt de inflatie in de eurozone richting de 3 procent aan - en de spaarrente bij grote Nederlandse banken blijft hangen op 1,5 tot 1,7 procent. Tel dat op en je koopkracht gaat er elke maand een klein stukje op achteruit, ook al stijgt je spaarsaldo netjes door.

Waarom de ECB deze keer stilzat

De beslissing van 30 april was technisch gezien geen beslissing. Alle rentestanden bleven gelijk: de depositorente op 2 procent, de basisherfinancieringsrente op 2,15 procent, de marginale uitleenrente op 2,40 procent. De ECB geeft aan de economische situatie nauwlettend te volgen, met name de energieprijzen en de loonontwikkeling in de eurozone. Die voorzichtige houding heeft een keerzijde: zolang de centrale bank stilzit, hebben commerciële banken weinig reden om hun spaarvergoeding te verhogen.

Dat is al een tijdje de patstelling. De ECB verlaagde de rente stap voor stap vanuit het hoogtepunt van ruim 4 procent in 2023, maar grote banken gaven die dalingen niet volledig door aan spaarders. Nu de rente stabiel is, zie je hetzelfde patroon: banken houden hun marges graag intact.

Wat jouw bank je uitbetaalt en wat het werkelijk oplevert

Kijk je naar de drie grote Nederlandse banken, dan kom je uit op een spaarrente van 1,5 tot 1,7 procent. Op een spaarsaldo van 20.000 euro levert dat dit jaar zo'n 300 tot 340 euro op. Op het eerste gezicht niet slecht. Maar reken de inflatie erbij: bij 3 procent geldontwaarding kost datzelfde vermogen je dit jaar ruim 600 euro aan koopkracht. Per saldo ga je er 260 tot 300 euro op achteruit, zonder dat je rekening ook maar een cent lager staat.

Precies dat is de stille kant van een lage spaarrente. Je ziet je saldo groeien, je rente wordt bijgeschreven, maar ondertussen neemt de werkelijke waarde van je geld geleidelijk af. Voor grotere vermogens, zeg 50.000 euro of meer, loopt dat effect snel op tot duizenden euro's per jaar.

Buitenlandse banken als snellere route

Je hoeft je spaargeld niet bij een Nederlandse bank te stallen. Via platforms als Raisin of NIBC Direct zijn Europese banken bereikbaar die momenteel tot 3,41 procent op termijnsdeposito's bieden. Dat zijn instellingen uit landen als Duitsland, Letland en Portugal, maar ze vallen allemaal onder de Europese depositogarantie: tot 100.000 euro per persoon per bank ben je even goed gedekt als bij ABN AMRO of ING. Buitenlandse banken bieden inmiddels soms het dubbele van wat jouw huisbank vergoedt, en de drempel om over te stappen is kleiner dan de meeste mensen verwachten.

Het enige nadeel is dat je geld voor een vaste periode vast staat, doorgaans drie maanden tot twee jaar. Heb je het geld op korte termijn nodig, dan is een termijnsdeposito niet de juiste keuze. Maar voor spaargeld waar je de komende twaalf maanden niets mee doet, is het een simpele manier om meer rendement te halen zonder extra risico.

Actierentes: tijdelijk hoog, daarna terug naar af

Een ander alternatief zijn actierentes: tijdelijke promotietarieven waarmee banken nieuwe klanten werven. Op dit moment lopen die op tot 3,42 procent, maar uitsluitend voor een vaste periode van doorgaans zes tot twaalf maanden. Na die periode zakt het tarief automatisch terug naar het reguliere niveau. Dat hoeft geen probleem te zijn als je er actief op let. Een herinnering in je agenda en een uurtje vergelijken kunnen je honderden euro's per jaar schelen. Maar vergeet je de einddatum, dan verdien je plotseling weer het standaardtarief van jouw huisbank zonder dat je het doorhebt. Actierentes zijn populairder dan ooit, maar de kleine lettertjes verdienen serieuze aandacht.

Box 3 en wat de Belastingdienst ervan vindt

Spaargeld boven een bepaalde drempel valt in box 3 en wordt belast op basis van een fictief rendement. In 2026 is dat fictieve rendement voor spaargeld vastgesteld op 1,28 procent, een stuk lager dan het fictieve rendement van 6 procent dat geldt voor beleggingen. Dat heeft een voordeel voor spaarders: ook als je via een buitenlandse bank meer verdient, betaal je relatief weinig belasting over je spaarsaldo. Weet je hoeveel spaargeld je belastingvrij mag aanhouden in 2026? Die grens ligt hoger dan veel mensen denken, en het maakt een groot verschil voor je nettoresultaat.

Drie stappen die je deze week kunt zetten

Je hoeft geen financieel expert te zijn om hier iets aan te doen. Drie concrete acties:

  1. Vergelijk je huidige rente. Betaalt jouw bank minder dan 2 procent? Dan zit je onder het marktgemiddelde. Platforms als Raisin en Deposito.nl geven een actueel overzicht van wat er beter kan.
  2. Overweeg een korte termijn. Een deposito van zes maanden bij een Europese bank levert meer op dan een gewone spaarrekening, zonder dat je je geld voor jaren vastlegt.
  3. Zet een vaste herinnerdag. Gebruik je een actierente of termijnsdeposito? Noteer de einddatum nu al in je agenda en plan een halfuur om te vergelijken zodra de termijn afloopt.

Sparen is nog steeds verstandig. Maar wie elke twaalf maanden een kwartier uittrekt om zijn spaarrente te vergelijken, laat structureel geld liggen dat hij gewoon kan ophalen. De ECB hoeft daar niets voor te besluiten.

S
Geschreven door Sander Kuijt Financieel redacteur

Sander werkte tien jaar bij een grote Nederlandse bank voordat hij besefte dat hij liever mensen hélpt met hun geldzaken dan producten verkoopt. Hij nam ontslag, begon met schrijven over persoonlijke financiën en ontdekte dat hij een talent heeft om complexe financiële concepten uit te leggen alsof het een verhaal aan de keukentafel is. Zijn achtergrond in de bankwereld geeft hem een uniek perspectief op wat banken je niet vertellen. Hij is een groot voorstander van financiële onafhankelijkheid en heeft zelf op zijn veertigste zijn hypotheek afbetaald. Zijn motto: je hoeft geen expert te zijn om slim met geld om te gaan.